Provincie Utrecht investeert miljoenen om bodemdaling in Utrechts veenweidegebied te remmen

Op 2 oktober verscheen onderstaand bericht op de website van de provincie Utrecht.

De provincie Utrecht zet samen met haar partners in op het remmen van de bodemdaling in het Veenweidegebied. Provinciale Staten hebben tijdens een vergadering ingestemd met een plan om daar 13 miljoen euro in te investeren. Daar komt nog eens 18 miljoen euro bij uit Rijksgelden is bekend geworden.

De veengronden van Utrecht bevinden zich voornamelijk in het westelijk deel van de provincie. Helaas heeft dat gebied te maken met een zakkende bodem. De bodem daalt door het oxideren en inklinken van de veengrond. De maatschappelijke gevolgen van de daling zijn groot. Dit geeft veel schade voor de landbouw, aan woningen en aan wegen. Naast overlast en schade voor inwoners en ondernemers, zorgt de bodemdaling ook voor de uitstoot van CO2. De provincie Utrecht wil de daling van de veenbodem afremmen om dit gebied toekomstbestendig te maken en een vitale agrarische sector te behouden. Daar waar het kan worden gelijktijdig natuur- en klimaatdoelen gerealiseerd. De maatregelen om de doelen te bereiken staan in het door Provinciale Staten goedgekeurde Uitvoeringsprogramma Bodemdaling 2020-2023.

Gedeputeerde Hanke Bruins Slot: “Bodemdaling stelt ons voor uitdagingen in het veenweidegebied. Met slimme innovaties en goede samenwerking pakken we bodemdaling aan en verminderen we de uitstoot van CO2. We bieden toekomst aan de agrarische sector en zetten in op een goede waterkwaliteit en versterking van de biodiversiteit. Samen met alle partners maken we werk van een provincie waar het ook in de toekomst goed wonen, werken en leven is voor iedereen.”

Samenwerken en innoveren

Om de bodemdaling en de CO2-uitstoot te remmen, kiest de provincie voor een aanpak waarin wordt samengewerkt met agrariërs, waterschappen, gemeenten en de maatschappelijke organisaties in het veenweidegebied. De aanpak van bodemdaling gaat hand in hand met het creëren van een stabiele toekomst voor boeren die hun bedrijf op veengronden hebben. Dit vraagt enerzijds om maatregelen vanuit de gezamenlijke overheden en anderzijds praktische maatwerkoplossingen van agrariërs zelf.

Het programma richt zich ook op innovatieve technieken die de daling moeten remmen, zoals onderwater- en drukdrainage. Door in te zetten op het verbeteren van de bodemkwaliteit, bescherming van weidevogels en aanleg van natuurvriendelijke oevers verbeteren we de waterkwaliteit en versterken we de biodiversiteit.

Provincie Utrecht bericht: Melkveehouder uit de polder Kortrijk gaat strijd aan tegen bodemdaling

Anthony Rietveld (43) weet niet beter dan dat ieder jaar de bodem op zijn land een centimeter zakt. Samen met zijn ouders en gezin van vier kinderen runt hij in de polder Kortrijk een melkveehouderij. Sinds 1680 is de familie Rietveld al actief in het gebied.

Op 32 hectare grond heeft de familie 100 melkkoeien met bijbehorend jongvee. Anthony is samen met negen andere boeren in het project Kockengen Waterproof gestapt en legde in mei waterinfiltratiebuizen aan. “Voor de toekomst van ons familiebedrijf en dat van de polder doe ik mee. Als we niets doen, dan gaat het land kapot en kunnen we stoppen met ons bedrijf.”

Afvoerputje van de regio

“Inklinking is altijd een zorg geweest van mijn ouders. Ook toen ik nog klein was. Iedere paar jaar moest de bestrating rondom de gebouwen worden opgehoogd. Dat is nu nog zo.” Inklinking is een bodemproces. Door de afname van de hoeveelheid water krimpt de grond, met bodemdaling als gevolg. Vanwege de klimaatverandering wordt het probleem groter. Langere periodes van droogte en extreme regenbuien doen het land geen goed, vertelt Anthony. “Door de klimaatverandering kan de veenbodem als het ware niet meer goed leven. De grond blijft zakken, waardoor we in het afvoerputje terechtkomen.”

Waterinfiltratiebuizen

Tien boeren in de polder Kortrijk en Portengen leggen de komende periode samen 230 hectare waterinfiltratiebuizen aan. Het doel is bodemdaling tegen te gaan. Bij Anthony zijn begin mei de eerste buizen aangelegd. Die moeten ervoor gaan zorgen dat de veengrond onder de weilanden van Anthony continu de juiste hoeveelheid water krijgt. Het proces van inklinking wordt daardoor vertraagd. Of het werkt, dat weet Anthony officieel over een paar jaar. “Bij de aanleg zijn hoogtemetingen gedaan. Die worden over vijf jaar herhaald en dan hopen we te kunnen aflezen wat het heeft gedaan.”

Lees verder op de website van de provincie Utrecht.

Pionierende boer uit Snelrewaard onderzoekt andere aanpak bodemdaling

De website van de provincie Utrecht bericht over de toekenning van een onderzoeksbeurs aan melkveehouder Rick de Vor uit Snelrewaard. Hij gaat onderzoek doen naar onder andere gewassen die op natte grond gedijen, grassoorten die de koeien kunnen eten terwijl zij in het water staan en vorstbestendige grassoorten. Hieronder volgt het hele bericht. Meer informatie op de website van de provincie Utrecht.

Hoe gaan boeren in landen over de hele wereld om met een dalende bodem? En wat kunnen wij van hen leren? Melkveehouder Rick de Vor uit Snelrewaard deed onderzoek naar boeren op veengrond, het afremmen van bodemdaling en mogelijke verdienmodellen. “Met ons bedrijf zitten wij aan de rand van het veenweidegebied, zo’n 8 hectare van ons land is veengrond. Daarom was ik benieuwd hoe boeren in andere landen omgaan met bodemdaling.”

“Veengrond vind je over de hele wereld,” zegt Rick de Vor (42). Met zijn vrouw Judith (38) heeft hij een melkveehouderij in het Utrechtse Snelrewaard, met 115 melkkoeien en 40 hectare grasland.
“Het is interessant om te zien hoe verschillend bodemdaling er uit kan zien. En hoe ondernemers, industrie en overheid daar in andere landen mee omgaan.“

Onderzoeksbeurs

Rick kreeg een beurs voor het internationale Nuffield-programma, betaald door de provincie Utrecht. Binnen dit programma krijgt jaarlijks een aantal jonge boeren de kans om onderzoek te doen naar innovaties in de landbouw. Stichting Nuffield selecteert hen op basis van hun onderzoeksplan en hun capaciteiten. Ze delen hun kennis en inspiratie na afloop met andere deelnemers van Nuffield, en met organisaties en studenten in de agrarische sector binnen en buiten Nederland.

Bodemdaling afremmen

Bodemdaling is een groeiend probleem in de provincie Utrecht. In het westen en noordoosten daalt de bodem door het oxideren en inklinken van de veenbodems. Dit geeft veel schade voor de landbouw, aan woningen en aan wegen. Ook komt er CO² bij vrij en dat versterkt de klimaatverandering.
De provincie Utrecht werkt samen met boeren, waterschappen, gemeenten en anderen aan oplossingen om de bodemdaling af te remmen. Daarom ondersteunt de provincie het Nuffield Scholarship, bedoeld om het innoverend vermogen van de boeren te stimuleren. Jonge agrariërs die het bodemdalingsprobleem letterlijk op hun bedrijf voelen, krijgen zo de kans om op zoek te gaan naar vernieuwende manieren om te werken in een bodemdalingsgevoelig gebied.

“In Nederland zijn we al best ver met onze kennis van bodemdaling, terwijl men er in andere landen vaak nog helemaal niet mee bezig is”, zag Rick. “Daar worden veengrondbodems gewoon afgeplagd, of boeren moeten maar verkassen. In Nederland kan dat niet zomaar, omdat wij de ruimte in ons land intensief gebruiken. Maar ook elders is vertrekken niet altijd een optie: ik sprak boeren in de Verenigde Staten die hun bedrijf niet konden verkopen omdat hun grond hierdoor weinig meer waard is.”

 Tijd en steun

De overheid springt ook zelden zo bij als in Nederland: “In Jakarta, Indonesië, zijn er grote problemen doordat de stad snel wegzakt in een veenmoeras; met allerlei belangrijke voorzieningen, de havens en de sloppenwijken. Ruim een miljoen van de 17 miljoen inwoners wordt in hun bestaan bedreigd, maar de overheid is daar niet in staat om te helpen.” Beter vergaat het de Australische boer met een groot vleesbedrijf ten oosten van Cairns, midden in een moerasgebied. “Met behulp van waterkeringen weet hij het afstromende water langer vast te houden en voedingsstoffen op te vangen. Hij krijgt hierbij steun van de plaatselijke wateroverheid. En het kost ook tijd om zoiets te bereiken.”

Natte teelten

Weer thuis probeert Rick van alles uit op zijn eigen bedrijf. “Ik ben op zoek naar gewassen die op natte grond gedijen; grassen die onze koeien zouden kunnen eten terwijl ze in het water staan. Een vorstbestendige grassoort is hier alleen nog niet ontwikkeld voor de markt. Ook wil ik aan de slag met ‘floating farms’, planten verbouwen op een teeltlaag in de sloot. Dat kan zelfs met aardappelen. Hoewel arbeidsintensief in het onderhoud, betekent dit wel dat je verzakte grond kunt blijven gebruiken.”

Ideeën delen

Zijn onderzoek brengt niet alleen Rick telkens een stap verder, maar leidt ook tot bewustwording en inspiratie bij andere boeren in het gebied. “Ik heb presentaties gegeven bij een aantal Nuffield-congressen in het buitenland, bij zuivelbedrijven en in het Veenweiden Innovatiecentrum (VIC). Daarbij spreek ik allerlei mensen over mijn ervaringen en ideeën, en hoe je die kunt toepassen. Mijn netwerk breidt zich nog steeds uit.” Zijn vrouw Judith, bestuurskundige, is intussen ook geselecteerd voor een onderzoeksbeurs van Nuffield. Zij onderzoekt hoe het contact en vertrouwen tussen boeren, burgers, overheid en politiek kan worden hersteld. “Zo werkt het Nuffield Scholarship nog lang door”, concludeert Rick.

Nieuw natuurgebied bij Vinkeveen: Marickenland

Vinkeveen krijgt er een nieuw natuurgebied bij onder de naam ‘Marickenland’. Dit rietland-natuurgebied vergroot de biodiversiteit. Het draagt ook bij aan een klimaatbestendige woonomgeving, recreatie, het tegengaan van bodemdaling en het biedt innovatiekansen aan boeren.

foto: provincie Utrecht

De provincie Utrecht, Staatsbosbeheer, gemeente De Ronde Venen en waterschap Amstel, Gooi en Vecht gaan samen aan de slag voor Marickenland. Verder zijn onder andere ook het collectief Rijn Vecht en Venen, LTO, de Agrarische Natuurvereniging ‘De Venen’, natuur- en milieuvereniging ‘De Groene Venen’, het Dorpscomité Vinkeveen en omwonenden bij de planvorming betrokken.

Door de aanleg van rietlandnatuur krijgt het veen in het gebied geen kans om te oxideren en dat voorkomt CO2-uitstoot. De provincie Utrecht zorgt met dit natuurgebied voor een verbinding met andere natuurgebieden, zoals Botshol en de Nieuwkoopse Plassen. Het is daarmee een aanvulling op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dat netwerk moet natuurgebieden onderling beter met elkaar verbinden en met de omringende agrarische gebieden. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht legt waterberging aan in het gebied. Dat maakt omliggende woonwijken beter bestand tegen hevige regenbuien. Gemeente De Ronde Venen creëert met dit gebied extra recreatiemogelijkheden. Staatsbosbeheer gaat de nieuwe natuur beheren.

Samenwerking

In het project werken de vier partijen nauw samen. Gedeputeerde Hanke Bruins Slot: “Het is belangrijk om de provincie toekomstbestendig te maken. De aanleg van nieuwe natuur speelt daar een belangrijke rol bij. Het levert een gezonde woonomgeving op voor onze inwoners en zorgt voor nieuwe recreatiemogelijkheden. Samen met de partners zorgen we voor een provincie waar het ook in de toekomst prettig wonen, werken en leven is. “

Aan de slag

De inrichting van het gebied start waarschijnlijk in 2021. Vooruitlopend hierop is al een eerste proefveld van 6 hectare met lisdodde aangelegd, om ervaring op te doen met de teelt van deze plant in dit natuurgebied. Deze plant, de zogenaamde ‘rietsigaar’, helpt met het zuiveren van de bodem en het water. Ook vormt het mogelijk een nieuw verdienmodel voor boeren in het veenweidegebied. Ook wordt er al gewerkt aan de ontwikkeling van een natuurspeelplaats, die in samenwerking met de omgeving is ontworpen.

Ondertekening

Alle plannen worden in gezamenlijkheid opgesteld door de genoemde samenwerkingspartners. De verschillende partners hebben op 2 juli 2020 een samenwerkingsovereenkomst ondertekend om de plannen officieel te bekrachtigen.

Deelexpeditie Broeikasgassen Veenweiden op 29 juni 2020

Het (NOBV) organiseert in samenwerking met het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling (NKB) een online bijeenkomst Deelexpeditie Broeikasgassen Veenweiden op 29 juni 2020 van 9.00-10.30 uur. Aanmelden kan via deze link.

Sprekers zijn:

  • Pui Mee Chan (programmaleider NOBV en trekker Deelexpeditie) geeft vanuit de studio een toelichting op de achtergronden en doelstellingen van het NOBV
  • Gilles Erkens (trekker onderzoeksconsortium NOBV) is aanwezig om u meer te vertellen over de meetlocaties, methoden en maatregelen
  • NKB-kennismakelaars Erik Jansen (Onderwaterdrainage) en Roelof Westerhof (Natte teelten) zijn er om vragen te beantwoorden;

Meer informatie is te vinden op de STOWA website.

We zijn begonnen op de Hoogwaterboerderij!

Het project ‘Boeren bij Hoog Water’ is gestart met een aantal experimenten op het KTC in Zegveld. In de laatste nieuwsbrief worden een aantal interessante onderwerpen besproken.

  • Boeren bij Hoog Water, de voorbereidingen
  • 0-meting als vertrekpunt voor onderzoek
  • Experimenteren met grondwaterpeil
  • Bijeenkomst 11 juni is uitgesteld

Klik hier voor de volledige nieuwsbrief.

Innovatie Programma Veen start derde onderzoeksseizoen

Innovatieprogramma Veen stuurde een nieuwsbrief met daarin een aantal interessante onderwerpen.

  • Een nieuwe oogstronde: de beurt aan de pistenbully
  • Wormenonderzoek gaat door
  • Geen omkijken meer: drukdrains geautomatiseerd
  • Betaalbaar en effectief? Greppelinfiltratie van start
  • Zorgt vernatting voor meer leverbot?

Klik hier voor de volledige nieuwsbrief.

Regionale koolstofbanken voor het veenweidegebied

Op 28 maart verscheen een artikel in Nature Today over het beschikbaar stellen van klimaatgelden door de overheid voor het project Valuta voor Veen.

Het Rijk stelt klimaatgelden beschikbaar voor het project Valuta voor Veen. Vanuit dit project worden een landelijke koolstofbank en vijf franchisefilialen voor veenweidegebieden opgezet. Met de regionale koolstofbanken worden grondeigenaren die waterpeilen verhogen om het veen te behouden en daardoor CO2-uitstoot besparen gefinancierd.

De focus van dit project ligt op de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Friesland, Overijssel en Utrecht. Het initiatief om koolstofbanken op te zetten, is afkomstig van de Natuur en Milieufederaties.

Algemeen

Reductie van de broeikasgassenuitstoot uit de Nederlandse veenweiden is een van de maatregelen van de Nederlandse klimaatopgave. In het Klimaatakkoord is hiervoor een besparing van 1 megaton COin 2030 afgesproken. Veenweiden stoten jaarlijks circa 7 megaton uit, zo’n vier procent van de hele CO2-uitstoot in Nederland, vergelijkbaar met de uitstoot van twee miljoen auto’s. De uitstoot van CO2 uit veen kan worden beperkt door het grondwaterpeil te verhogen, waardoor het veen aantoonbaar minder oxideert. Via pilots met onder andere de Friese Milieu Federatie, Projecten LTO Noord, Collectief It Lege Midden, Collectief de Noardlike Fryske Wâlden, Wetterskip Fryslân en de Provincie Fryslân is hiervoor een geschikte methodiek ontwikkeld. Deze methodiek, Valuta voor Veen, is eind december 2019 vastgesteld door de Green Deal Nationale Koolstofmarkt. Deze vaststelling maakt de stap van ‘pilots’ naar ‘doen’ mogelijk. Toepassing leidt tot uitgifte van verhandelbare koolstofcertificaten (1 certificaat = 1 ton CO2-reductie) aan grondeigenaren. Het systeem van uitgifte van certificaten aan grondeigenaren wordt inmiddels in Duitsland al succesvol toegepast in het projectgebied ‘Moorefuture’. Landelijk projectleider Monique Plantinga: “Wij gaan vanuit dit project samen met grondeigenaren tien Valuta voor Veen gebiedsprojecten in de veenweiden opzetten, kopers aantrekken en koolstofcertificaten verhandelen via regionale koolstofbanken.”

Lees het hele artikel via deze link.

Lange Weide in het nieuws bij KNW

Het vakblad H2O, uitgegeven door KNW (Koninklijk Nederlands Waternetwerk) bericht op 16 december over het dynamisch peilbeheer in Lange Weide.

Dynamisch peilbeheer bij grootste onderwaterdrainage pilot van Nederland

De aanleg van onderwaterdrainage in de polder Lange Weide is voltooid. Met 310 hectare in een peilgebied is dit de grootste onderwaterdrainage pilot in Nederland. Met de drainage zou de bodemdaling afgeremd moeten worden. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden gaat het peilbeheer samen regelen met de boeren in de polder en Staatsbosbeheer.

In de polder Lange Weide nabij de Zuid-Hollandse plaats Driebruggen is de afgelopen anderhalf jaar 450 kilometer aan onderwaterdrainage aangelegd. In totaal betreft het 310 hectare, 200 percelen en 28 landeigenaren. Het water wordt via de drains vanuit de sloten in het veen geïnfiltreerd. Zo kan ‘s zomers de grondwaterstand worden verhoogd.

“In dit gebied kampen we met bodemdaling”, zegt Chris van Naarden, projectleider bij waterschap De Stichtse Rijnlanden. “De Lange Weide is interessant vanwege de grote schaal waarop onderwaterdrainage wordt toegepast, maar zeker ook omdat we samen met Staatsbosbeheer en de agrariërs het peilbeheer dynamisch gaan vormgeven”.

Whatsappgroep

De Stichtse Rijnlanden zal sturen op een grondwaterstand van 40 centimeter onder de maaistand. Dat is volgens Van Naarden net genoeg voor de boeren om genoeg draagkracht voor koeien en machines te houden. “We zoeken de combinatie tussen veenbehoud en de belangen van de melkveehouders. Grondwaterstanden kunnen we als waterschap zelf beoordelen, maar voor de draagkracht hebben we de medewerking van de agrariërs nodig. Daarom hebben we een whatsappgroep opgezet zodat we steeds in contact blijven en dynamisch de juiste grondwaterstand kunnen bepalen”.

Bodemdaling

De komende vier jaar zal de pilot in de Lange Weide nog intensief gemonitord worden vanuit het waterschap. Van Naarden hoopt dat in deze periode verschillende soorten weer voorbij zullen komen. “Een representatieve afwisseling van warme en koude periodes geeft natuurlijk een completer beeld van de effecten van onderwaterdrainage. Maar los van de precieze weersomstandigheden hoop ik vooral dat de onderwaterdrainage en het peilbeheer er samen voor zorgen dat de bodemdaling afneemt”.

De Regio Deal bodemdaling Groene Hart is officieel van start gegaan.

KNW bericht in vakblad H2O op 25 november: Bodemdaling Groene Hart: projecten om kennis en bewustwording te vergroten

De Regio Deal bodemdaling Groene Hart is officieel van start gegaan. In het Zuid-Hollandse en Utrechtse Groene Hart gaan 23 innovatieve, experimentele projecten draaien om bodemdaling aan te pakken. De Regio Deal heeft een looptijd van vier jaar. Na die periode moet de kennis over bodemdaling duidelijk zijn toegenomen en een set instrumenten om bodemdaling te bestrijden zijn ontwikkeld.

De waterschappen van Rijnland, De Stichtse Rijnlanden en Schieland en de Krimpenerwaard willen samen met de provincies Zuid-Holland en Utrecht en de gemeenten Alphen aan den Rijn, Gouda en Woerden de bodemdaling in het Groene Hart aanpakken. Vanuit de regiodeals van het Rijk, krijgen ze financiële ondersteuning van tien miljoen euro. De acht betrokken regionale overheden investeren samen eenzelfde bedrag.

Begrip vergroten

“Het Groene Hart kampt, net als andere veengebieden, met een zakkende bodem door zetting en het inklinken van veengrond door ontwatering en droogte,” zegt Welmoed Visser, de Programmamanager Regio Deal bodemdaling Groene Hart. “Bodemdaling in het buitengebied is een compleet ander verhaal dan bodemdaling in de bebouwde kom. Dat zijn verschillende werelden. Door samen te werken in de Regio Deal willen we ons begrip van bodemdaling en manieren om die te bestrijden vergroten”.

Breed palet aan projecten

Onder de regiodeal vallen 23 projecten die op een innovatieve manier een aanpak tegen bodemdaling willen ontwikkelen. “Het is een breed palet aan projecten”, zegt Visser. “Ze zijn bedoeld om kennis rond bodemdaling te ontwikkelen en netwerken te bouwen van professionals, inwoners en ondernemers die zich met het onderwerp bezighouden. De projecten variëren van investeringen in innovaties voor landbouw of wegenonderhoud tot de bouw van een openbaar toegankelijk kenniscentrum bodemdaling”.

Kennisdeling en bewustwording

“Kennisdeling en bewustwording zijn belangrijke begrippen voor deze Regio Deal”, meent Visser. De projectleiders zullen jaarlijks twee keer bij elkaar komen en er zijn gesprekstafels met het Rijk om de opgedane ervaringen te delen. “We willen dat projectleiders en overheden kennis met elkaar delen, maar ook met het publiek. Iedereen in het Groene Hart heeft te maken met bodemdaling. Maar veel mensen weten er nog weinig van. Via onze website, via de nieuwsbrieven en via het kenniscentrum willen we daarom investeren in bewustwording.”

De regiodeal heeft een looptijd van vier jaar. Na die periode hoopt Visser dat het programma meer is geweest dan een verzameling losse projecten. “Als eindresultaat willen we meer kennis hebben opgedaan en een set instrumenten hebben ontwikkeld om bodemdaling aan te pakken”.

Meer informatie

De website van de Regio Deal bodemdaling Groene Hart