We zijn begonnen op de Hoogwaterboerderij!

Het project ‘Boeren bij Hoog Water’ is gestart met een aantal experimenten op het KTC in Zegveld. In de laatste nieuwsbrief worden een aantal interessante onderwerpen besproken.

  • Boeren bij Hoog Water, de voorbereidingen
  • 0-meting als vertrekpunt voor onderzoek
  • Experimenteren met grondwaterpeil
  • Bijeenkomst 11 juni is uitgesteld

Klik hier voor de volledige nieuwsbrief.

Innovatie Programma Veen start derde onderzoeksseizoen

Innovatieprogramma Veen stuurde een nieuwsbrief met daarin een aantal interessante onderwerpen.

  • Een nieuwe oogstronde: de beurt aan de pistenbully
  • Wormenonderzoek gaat door
  • Geen omkijken meer: drukdrains geautomatiseerd
  • Betaalbaar en effectief? Greppelinfiltratie van start
  • Zorgt vernatting voor meer leverbot?

Klik hier voor de volledige nieuwsbrief.

Regionale koolstofbanken voor het veenweidegebied

Op 28 maart verscheen een artikel in Nature Today over het beschikbaar stellen van klimaatgelden door de overheid voor het project Valuta voor Veen.

Het Rijk stelt klimaatgelden beschikbaar voor het project Valuta voor Veen. Vanuit dit project worden een landelijke koolstofbank en vijf franchisefilialen voor veenweidegebieden opgezet. Met de regionale koolstofbanken worden grondeigenaren die waterpeilen verhogen om het veen te behouden en daardoor CO2-uitstoot besparen gefinancierd.

De focus van dit project ligt op de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Friesland, Overijssel en Utrecht. Het initiatief om koolstofbanken op te zetten, is afkomstig van de Natuur en Milieufederaties.

Algemeen

Reductie van de broeikasgassenuitstoot uit de Nederlandse veenweiden is een van de maatregelen van de Nederlandse klimaatopgave. In het Klimaatakkoord is hiervoor een besparing van 1 megaton COin 2030 afgesproken. Veenweiden stoten jaarlijks circa 7 megaton uit, zo’n vier procent van de hele CO2-uitstoot in Nederland, vergelijkbaar met de uitstoot van twee miljoen auto’s. De uitstoot van CO2 uit veen kan worden beperkt door het grondwaterpeil te verhogen, waardoor het veen aantoonbaar minder oxideert. Via pilots met onder andere de Friese Milieu Federatie, Projecten LTO Noord, Collectief It Lege Midden, Collectief de Noardlike Fryske Wâlden, Wetterskip Fryslân en de Provincie Fryslân is hiervoor een geschikte methodiek ontwikkeld. Deze methodiek, Valuta voor Veen, is eind december 2019 vastgesteld door de Green Deal Nationale Koolstofmarkt. Deze vaststelling maakt de stap van ‘pilots’ naar ‘doen’ mogelijk. Toepassing leidt tot uitgifte van verhandelbare koolstofcertificaten (1 certificaat = 1 ton CO2-reductie) aan grondeigenaren. Het systeem van uitgifte van certificaten aan grondeigenaren wordt inmiddels in Duitsland al succesvol toegepast in het projectgebied ‘Moorefuture’. Landelijk projectleider Monique Plantinga: “Wij gaan vanuit dit project samen met grondeigenaren tien Valuta voor Veen gebiedsprojecten in de veenweiden opzetten, kopers aantrekken en koolstofcertificaten verhandelen via regionale koolstofbanken.”

Lees het hele artikel via deze link.

Lange Weide in het nieuws bij KNW

Het vakblad H2O, uitgegeven door KNW (Koninklijk Nederlands Waternetwerk) bericht op 16 december over het dynamisch peilbeheer in Lange Weide.

Dynamisch peilbeheer bij grootste onderwaterdrainage pilot van Nederland

De aanleg van onderwaterdrainage in de polder Lange Weide is voltooid. Met 310 hectare in een peilgebied is dit de grootste onderwaterdrainage pilot in Nederland. Met de drainage zou de bodemdaling afgeremd moeten worden. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden gaat het peilbeheer samen regelen met de boeren in de polder en Staatsbosbeheer.

In de polder Lange Weide nabij de Zuid-Hollandse plaats Driebruggen is de afgelopen anderhalf jaar 450 kilometer aan onderwaterdrainage aangelegd. In totaal betreft het 310 hectare, 200 percelen en 28 landeigenaren. Het water wordt via de drains vanuit de sloten in het veen geïnfiltreerd. Zo kan ‘s zomers de grondwaterstand worden verhoogd.

“In dit gebied kampen we met bodemdaling”, zegt Chris van Naarden, projectleider bij waterschap De Stichtse Rijnlanden. “De Lange Weide is interessant vanwege de grote schaal waarop onderwaterdrainage wordt toegepast, maar zeker ook omdat we samen met Staatsbosbeheer en de agrariërs het peilbeheer dynamisch gaan vormgeven”.

Whatsappgroep

De Stichtse Rijnlanden zal sturen op een grondwaterstand van 40 centimeter onder de maaistand. Dat is volgens Van Naarden net genoeg voor de boeren om genoeg draagkracht voor koeien en machines te houden. “We zoeken de combinatie tussen veenbehoud en de belangen van de melkveehouders. Grondwaterstanden kunnen we als waterschap zelf beoordelen, maar voor de draagkracht hebben we de medewerking van de agrariërs nodig. Daarom hebben we een whatsappgroep opgezet zodat we steeds in contact blijven en dynamisch de juiste grondwaterstand kunnen bepalen”.

Bodemdaling

De komende vier jaar zal de pilot in de Lange Weide nog intensief gemonitord worden vanuit het waterschap. Van Naarden hoopt dat in deze periode verschillende soorten weer voorbij zullen komen. “Een representatieve afwisseling van warme en koude periodes geeft natuurlijk een completer beeld van de effecten van onderwaterdrainage. Maar los van de precieze weersomstandigheden hoop ik vooral dat de onderwaterdrainage en het peilbeheer er samen voor zorgen dat de bodemdaling afneemt”.

De Regio Deal bodemdaling Groene Hart is officieel van start gegaan.

KNW bericht in vakblad H2O op 25 november: Bodemdaling Groene Hart: projecten om kennis en bewustwording te vergroten

De Regio Deal bodemdaling Groene Hart is officieel van start gegaan. In het Zuid-Hollandse en Utrechtse Groene Hart gaan 23 innovatieve, experimentele projecten draaien om bodemdaling aan te pakken. De Regio Deal heeft een looptijd van vier jaar. Na die periode moet de kennis over bodemdaling duidelijk zijn toegenomen en een set instrumenten om bodemdaling te bestrijden zijn ontwikkeld.

De waterschappen van Rijnland, De Stichtse Rijnlanden en Schieland en de Krimpenerwaard willen samen met de provincies Zuid-Holland en Utrecht en de gemeenten Alphen aan den Rijn, Gouda en Woerden de bodemdaling in het Groene Hart aanpakken. Vanuit de regiodeals van het Rijk, krijgen ze financiële ondersteuning van tien miljoen euro. De acht betrokken regionale overheden investeren samen eenzelfde bedrag.

Begrip vergroten

“Het Groene Hart kampt, net als andere veengebieden, met een zakkende bodem door zetting en het inklinken van veengrond door ontwatering en droogte,” zegt Welmoed Visser, de Programmamanager Regio Deal bodemdaling Groene Hart. “Bodemdaling in het buitengebied is een compleet ander verhaal dan bodemdaling in de bebouwde kom. Dat zijn verschillende werelden. Door samen te werken in de Regio Deal willen we ons begrip van bodemdaling en manieren om die te bestrijden vergroten”.

Breed palet aan projecten

Onder de regiodeal vallen 23 projecten die op een innovatieve manier een aanpak tegen bodemdaling willen ontwikkelen. “Het is een breed palet aan projecten”, zegt Visser. “Ze zijn bedoeld om kennis rond bodemdaling te ontwikkelen en netwerken te bouwen van professionals, inwoners en ondernemers die zich met het onderwerp bezighouden. De projecten variëren van investeringen in innovaties voor landbouw of wegenonderhoud tot de bouw van een openbaar toegankelijk kenniscentrum bodemdaling”.

Kennisdeling en bewustwording

“Kennisdeling en bewustwording zijn belangrijke begrippen voor deze Regio Deal”, meent Visser. De projectleiders zullen jaarlijks twee keer bij elkaar komen en er zijn gesprekstafels met het Rijk om de opgedane ervaringen te delen. “We willen dat projectleiders en overheden kennis met elkaar delen, maar ook met het publiek. Iedereen in het Groene Hart heeft te maken met bodemdaling. Maar veel mensen weten er nog weinig van. Via onze website, via de nieuwsbrieven en via het kenniscentrum willen we daarom investeren in bewustwording.”

De regiodeal heeft een looptijd van vier jaar. Na die periode hoopt Visser dat het programma meer is geweest dan een verzameling losse projecten. “Als eindresultaat willen we meer kennis hebben opgedaan en een set instrumenten hebben ontwikkeld om bodemdaling aan te pakken”.

Meer informatie

De website van de Regio Deal bodemdaling Groene Hart

Rapport Veerman over bodemdaling: ‘Wel urgent, niet acuut’

Bron: Rob van Dijk, van Dijk & Co

Bodemdaling beperken of een halt toeroepen is een enorme opgave in oppervlakte, maatschappelijke impact en in financiële zin. Met de aanpak kan niet gewacht worden, maar er is wel tijd om met verstandige, beproefde en kosteneffectieve maatregelen te komen die werken. Samengevat: “Wel urgent, niet acuut.”

Dit zijn de belangrijkste uitkomsten van Cees Veerman (oud-minister van Landbouw) die een consultatieronde in het veld heeft gehouden over de aanpak van bodemdaling. Zijn inventarisatie en advies staan in het rapport ‘Haren kost geen tijd’ (pdf, 1,65 Mb), dat op 9 juli 2019 aan gedeputeerde Esther Rommel is overhandigd.

Voor het project Klimaat Slim Boeren op Veen is met name de vierde aanbeveling die prof Veerman beschrijft van belang:
“In de vierde plaats beveel ik aan om spoedig (dat wil zeggen binnen een jaar) te komen tot een daadwerkelijke aanpak van een aantal voorbeeldprojecten die de zichtbare tekenen vormen van de ingezette koers. Hiermee kan bovendien waardevolle ervaring worden opgebouwd in de relatie met en de inbreng van de streek en het vorm vinden van de werk-zaamheden van de Provinciale Veencommissaris. De knoop van de verbrakking van de polder Westzaan moet worden doorgehakt in een convenant tussen Provincie en Waterschap. De polders Burkmeer en Blijkmeer lenen zich voor een uitvoeringsaanpak op korte termijn als proefpolders. De verdere uitrol van omgekeerde (druk)drainage op een aantal ge-bieden is aanbevelenswaardig, zeker in gebieden die verschillen in aard en gebruik en dit in combinatie met weidevogelbeheer waar aan een monitoring programma wordt gekoppeld om de relatie tussen deze vorm van vernatting en de ontwikkeling van het beheer in kaart te brengen.”

Het volledige rapport is te lezen via deze link.

 

Klimaatakkoord geeft nieuwe impulsen voor aanpak bodemdaling en uitstoot broeikasgassen in het veenweidegebied

Op 28 jun 2019 heeft het Kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/06/28/kamerbrief-voorstel-voor-een-klimaatakkoord). Met de plannen voor het veenweidegebied (blz 137-140 ) zet het kabinet in om in het veenweidegebied in 2030 een reductie van de uitstoot van broeikasgassen van 1Mton CO2-eq. te realiseren. Dat wil het Kabinet bereiken via een maatregelenmix van onderwaterdrainage, natte teelten, agrarisch natuurbeheer en verhoging van het zomerwaterpeil.

Toekomstperspectief met een verdienmodel
De maatregelen worden afgestemd op het toekomstperspectief voor de boeren, de waterhuishoudkundige mogelijkheden en het type veenweidegebied met meer ruimte voor weidevogels en versterking van biodiversiteit. Dit vraagt om maatwerk waarbij het bedrijfsperspectief van de boer het uitgangspunt is en bestaande verdienmodellen niet worden losgelaten voordat er alternatieve verdienmodellen beschikbaar zijn.

Pilots, kennisontwikkeling en uitrol
Vanaf 2021/2023 moet de uitrol van start gaan op 90.000 ha veenweidegebied (zie tekstvak). Tot die tijd ligt de nadruk op extra pilots op polder- of peilvak-niveau en gezamenlijke kennisontwikkeling (monitoring/ evaluatie/ beheer- en verdienmodellen) onder leiding van het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling (NKB).

Samen! én een grote rol voor eigenaren/collectieven
De veenweide problematiek is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle partijen. Gefaciliteerd door de provincies is een grote rol voorzien voor bestaande samenwerkingsverbanden, agrarische collectieven en gebiedsprocessen. Ook is er aandacht voor gezamenlijke kennisontwikkeling

Rijk stelt bijdrage beschikbaar
Het Rijk stelt voor veenweidegebieden tot 2030 een bedrag van € 176 miljoen beschikbaar onder voorwaarde dat er aanvullende financiering komt van provincies, waterschappen en boeren.

Ook komt er een bedrag vrij van € 100 miljoen voor een vrijwillige stoppersregeling (o.a. opkoop van rechten) en wil het rijk incidenteel geld inzetten om de aanpak een impuls te geven.

Voorstellen sluiten goed aan bij aanpak Klimaatslim Boeren op Veen
De voorstellen sluiten goed aan bij de beweging die Klimaatslim Boeren al heeft ingezet in de polders Portengen/Kortrijk, polders bij de Vlist en Bodegraven Noord. Klimaatslim Boeren hoopt dat er de komende tijd vanuit het Klimaatakkoord nieuwe polderprocessen kunnen worden opgestart. Aan de bottom-up energie zal het niet liggen: 10 polders in het westelijke veenweidegebied hebben belangstelling voor de Klimaatslim boeren-aanpak.

Nieuwe Oogst: Klei vermengt goed met veen

Op 28 juni 2019 is in de Nieuwe Oogst een artikel verschenen van Koen van Wijk. Hierin wordt beschreven hoe het aanbrengen van een laagje klei op veengrond de bodem stabieler maakt:

Een half jaar na het aanbrengen van een laagje klei op de veengrond van Marinus de Vries zagen belangstellenden donderdagmiddag hoe dit heeft uitgepakt. De pilot ‘Klei in veen’ bij de melkveehouder in Stolwijk heeft al veel nieuwe kennis opgeleverd.

De pilot ‘Klei in veen’ is gestart met als doel de veenbodem stabieler te maken en dus beter bestand tegen bodemdaling. De techniek is mogelijk een oplossing voor dit probleem. In de pilot zijn 24 proefveldjes van 1 vierkante meter aangelegd waar verschillende hoeveelheden en soorten klei zijn aangebracht, zodat het effect van veel of weinig klei kon worden gemeten.

‘We hebben nu bodemmonsters genomen die we de komende weken onderzoeken in het laboratorium. Door het meten van de vrijkomende CO2 uit de monsters kunnen we zien in hoeverre de veenafbraak is verminderd. We zien nu al dat het effect per kleisoort verschilt.’

De pilot is een onderdeel van de Proeftuin Krimpenerwaard en wordt uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut, Marinus de Vries en Loonbedrijf De Vries in Stolwijk.

foto: HDSR

LTO: Nederlander is voor behoud veenweiden

LTO Nederland bericht over de resultaten van een onderzoek onder 1024 Nederlanders.

“Liever de koe in het gras dan de mug in het moeras”

Driekwart van de Nederlanders vindt het belangrijk dat de veenweidegebieden worden behouden. Omdat het cultuurhistorisch landschap met koeien in de wei bij Nederland hoort, het belangrijk is voor boeren, maar ook om te recreëren. Het alternatief – moerassig landschap – vindt men niet aantrekkelijk. Dat blijkt uit representatief onderzoek naar het draagvlak voor veenweidegebieden onder 1.024 Nederlanders, uitgevoerd door onderzoeksbureau Direct Research.

Het hele artikel is te vinden via deze link.

bron: LTO

Meer informatie op de website van LTO via onderstaande links:

Meer informatie over veenweidegebieden is hier te vinden

LTO heeft onafhankelijk onderzoeksbureau Direct Research gevraagd om de waardering voor en de perceptie van problemen, oplossingen en verantwoordelijkheden rondom veenweide onder het Nederlandse publiek in kaart brengen. Het kwantitatieve onderzoek onder 1024 Nederlanders is gewogen naar Nederland representatief op geslacht, leeftijd en opleiding. Het volledige onderzoek is hier te vinden.

Ook in de politiek wordt over veenweidegebieden gesproken. Het LTO-standpunt is in dit position paper te lezen.

LTO is bij verschillende projecten op het gebied van veenweide betrokken. Een voorbeeld is het project Klimaatslim Boeren op Veen. In het project Klimaatslim Boeren op Veen wil de landbouw laten zien hoe bodemdaling en CO2-uitstoot in het veenweidegebied kunnen worden verminderd en waterkwaliteit, biodiversiteit en agrarisch toekomstperspectief tegelijkertijd kunnen worden verbeterd. Lees er hier meer over.

 

 

KNW bericht in vakblad H2O: Onderwaterdrainage veenweidegebieden: minder bodemdaling, meer watervraag

Janneke Pauwels (Deltares) spreekt haar zorgen uit: “Verminderen maaivelddaling met onderwaterdrainage vraagt wel om extra water”

Op 24 juni 2019 verscheen in het vakblad H2O een artikel over de hoeveelheid extra water die nodig is om de veenweides te vochtig te houden en het pleidooi om over een langere periode metingen te verrichten. Het artikel bericht over onderzoek uitgevoerd door de WUR en Deltares en is te lezen via deze link.

Bodemdaling in veenweidegebieden is een serieus probleem. Foto WUR

Bodemdaling is in een flink deel van Nederland een serieus probleem aan het worden. Dat geldt zeker voor de veengronden. Onderwaterdrainage geldt als een instrument om de maaivelddaling in het Nederlandse veenweidegebied te verminderen. In tijden van droogte vraagt onderwaterdrainage echter wel extra water. Deltares en de WUR kwantificeerden deze gestegen watervraag en komen met het advies om langjarige metingen te doen.
Het onderzoek van Deltares en Wageningen Universiteit en Research toetst de regionale toename van de watervraag voor onderwaterdrainage voor West-Nederland. Daarbij is de kennis uit lokale proefprojecten vertaald naar scenario’s voor het landelijk hydrologisch model (LHM).
“Onderwaterdrainage wordt gezien als één van de mogelijkheden om de maaivelddaling in het Nederlandse veenweidegebied te verminderen. Dat vraagt wel extra water”, vertelt Janneke Pouwels. Zij is onderzoeker bodem & grondwater bij Deltares en was een van de onderzoekers. “Maar de West-Nederlandse waterschappen vonden het nu tijd om die extra watervraag te kwantificeren. Want alleen als je de watervraag kent, kun je deze vorm van drainage echt op zijn merites beoordelen.”